maak de tekst grote groter |
maak de tekst grote kleiner

Wat gebeurt er bij de buren

Koning Boudewijnstichting, België

Participatie van de patiënt maakt de gezondheidszorg beter, zo blijkt uit een rapport van de Koning Boudewijnstichting. Dat geldt voor de zorgverlening zelf, maar ook voor het beleid op alle niveaus: dat van de zorginstelling, het lokale beleidsniveau, de gemeenschappen en gewesten, en het federale beleidsniveau.
Organisatie: Koning Boudewijnstichting
Projecten:

De eerstvolgende stappen om participatie in gezondheidszorg en gezondheidsbeleid verder te ontwikkelen, moeten mikken op het versterken en professionaliseren van patiëntenorganisaties en op het stapsgewijze ontwikkelen en uittesten, samen met hen, van goede participatiemethodes.


1) De overheid moet de professionalisering van de patiëntenorganisaties versterken door in de eerste plaats hun analyse- en communicatiecapaciteiten te versterken. Dat kan gebeuren door een specifieke subsidiëringsregeling voor koepelverenigingen en patiëntenverenigingen die bepaalde kwaliteiten vertonen of bereid zijn deze te ontwikkelen. Dit is vooral een opdracht voor de gemeenschappen en gewesten, maar mogelijk ook voor de federale overheid.

2) De uitwerking van concrete formules tot vertegenwoordiging van de patiëntenorganisaties op macro-niveau is een tweede stap. Dit lijkt in deze fase vooral een opdracht voor het federale beleidsniveau maar dat kan evenzeer gebeuren door de gemeenschappen en gewesten voor wat betreft de preventieve zorg.

3) Een bijzondere maar zeer interessante vorm van die vertegenwoordiging is wellicht het actief betrekken van patiënten en hun organisaties bij het evalueren van de kwaliteit van zorg. Dat kan op alle niveaus: federaal, gemeenschappen en gewesten, en op het niveau van zorginstellingen. Dat kan ook gebeuren door of met andere actoren, bijvoorbeeld wetenschappelijke verenigingen die richtlijnen voor goede medische praktijk opstellen.

4) Cruciaal voor de ontwikkeling van participatie, is de bevordering van een participatieve cultuur bij de huidige en toekomstige zorgverleners en bij de zorginstellingen. Dit is de taak van de organisaties van zorgberoepen en zorginstellingen, maar ook van de universiteiten en hogescholen die instaan voor de initiële vorming en de nascholing. De federale overheid en de overheden van gemeenschappen en gewesten zouden daartoe gezamenlijk of gecoördineerd stimulansen kunnen geven.

5) Tenslotte is het essentieel de dialoog tussen de patiëntenorganisaties en de andere betrokkenen (ziekenfondsen, artsenverenigingen, academische wereld, consumenten-
organisaties, ...) te bevorderen. Mogelijk komen zijzelf onderling tot die dialoog; overheden kunnen dit aanmoedigen.

Bron: www.gezondheid.be