Klink wil één landelijke koepel voor patiënten en cliënten
Publicatiedatum: 05-06-2008
De cliëntenbeweging in de ggz moet dezelfde positie krijgen als de NPCF, de CG-raad en de CSO. Dat zou minister Klink aan het Platform GGz toegezegd hebben.
Momenteel kent Nederland drie koepelorganisaties voor patiënten en cliënten: de Nederlandse Patiënten en Consumenten Federatie, de Chronisch zieken en Gehandicapten Raad en het Coördinatieorgaan Samenwerkende Ouderenorganisaties. Jaarlijks ontvangen deze koepels ongeveer 5,5 miljoen euro instellingssubsidie, plus rond een miljoen voor het opzetten en onderhouden van een zogeheten ondersteuningsstructuur voor de bij hen aangesloten verenigingen en organisaties. De cliëntenbeweging in de ggz valt daar tot nu toe buiten en voelt zich achtergesteld bij de andere patiënten en ouderen.
Extra impuls
In recente gesprekken met het Platform GGz heeft Klink, volgens directeur Marjan ter Avest, erkend dat het Platform er met de huidige subsidies bekaaid van af komt. Hij gaf aan dat de cliëntenbeweging in de ggz ‘een nevengeschikte positie verdient naast de andere drie koepels’. Ook heeft hij beloofd dat er wat gedaan wordt aan de (financiële) achterstand van de ggz-sector en dat de cliënten organisaties in de ggz een extra impuls moeten krijgen.
Wat deze laatste belofte waard is, is niet helemaal duidelijk. De 300.000 euro die het Platform onlangs mondeling kreeg toegezegd van VWS staat, aldus Ter Avest, in geen verhouding met de bedragen die de ander drie koepels toebedeeld krijgen.
Geen versnippering
Overigens lieten minister Klink en staatssecretaris Bussemaker op 30 mei aan de Tweede Kamer weten dat ze weliswaar voor een versterking zijn van de belangenbehartiging die zich specifiek op de ggz-sector richt. Maar tegelijkertijd houden ze een slag om de arm, omdat ze ‘een verdere versnippering in de koepelstructuur willen voorkomen’.
Behoud van eigenheid
Op termijn wil de minister komen tot één landelijke koepel voor ‘mensen met alle soorten beperkingen’. Het Platform wil daar graag aan meewerken. Maar het uitgangspunt moet daarbij zijn dat de ggz-organisaties ‘met behoud van eigenheid’ op dezelfde manier behandeld worden als de andere patiënten- en cliëntenverenigingen.
Op donderdag 5 juni bespreekt de minister een en ander in de Tweede Kamer met de vaste commissie voor VWS.
Bron: www.psy.nl
Extra impuls
In recente gesprekken met het Platform GGz heeft Klink, volgens directeur Marjan ter Avest, erkend dat het Platform er met de huidige subsidies bekaaid van af komt. Hij gaf aan dat de cliëntenbeweging in de ggz ‘een nevengeschikte positie verdient naast de andere drie koepels’. Ook heeft hij beloofd dat er wat gedaan wordt aan de (financiële) achterstand van de ggz-sector en dat de cliënten organisaties in de ggz een extra impuls moeten krijgen.
Wat deze laatste belofte waard is, is niet helemaal duidelijk. De 300.000 euro die het Platform onlangs mondeling kreeg toegezegd van VWS staat, aldus Ter Avest, in geen verhouding met de bedragen die de ander drie koepels toebedeeld krijgen.
Geen versnippering
Overigens lieten minister Klink en staatssecretaris Bussemaker op 30 mei aan de Tweede Kamer weten dat ze weliswaar voor een versterking zijn van de belangenbehartiging die zich specifiek op de ggz-sector richt. Maar tegelijkertijd houden ze een slag om de arm, omdat ze ‘een verdere versnippering in de koepelstructuur willen voorkomen’.
Behoud van eigenheid
Op termijn wil de minister komen tot één landelijke koepel voor ‘mensen met alle soorten beperkingen’. Het Platform wil daar graag aan meewerken. Maar het uitgangspunt moet daarbij zijn dat de ggz-organisaties ‘met behoud van eigenheid’ op dezelfde manier behandeld worden als de andere patiënten- en cliëntenverenigingen.
Op donderdag 5 juni bespreekt de minister een en ander in de Tweede Kamer met de vaste commissie voor VWS.
Bron: www.psy.nl


Hans Sureveen, programma ontwikkelaar voor PGO support
"Op dit moment doen we deskresearch en vragen we aan de koepels en platforms wat volgens hen aan produkten en diensten in de permanente ondersteuningsstructuur moet worden opgenomen. In november gaan we onze bevindingen in het veld toetsen."
Dick Oudenampsen (Verwey-Jonker instituut) en Helen Kamphuis (Prismant)
“Doel van die monitor is niet in eerste instantie het versterken van de 3e partij-rol, maar met name het afleggen van verantwoording van wat er allemaal in de sector gedaan en bereikt wordt. En het is een belangrijk instrument voor de organisaties om informatie terug te krijgen over hun eigen functioneren in vergelijking met andere organisaties in dezelfde branche.”
Ria Stegehuis, manager Zorgprogramma’s en inkoop van eerstelijnszorg bij Menzis: “Menzis is op zoek naar manieren om haar klanten een rol te geven bij de zorginkoop. Hiervoor lopen verschillende projecten zowel binnen als buiten Menzis waarin we actief participeren.”
Dick Kaasjager, voorzitter begeleidingscommissie ZekereZorg en lid van de programmaraad
"De programmaraad kan in proces-zin veel leren van ZekereZorg. Hoe ga je om met een programma? Je start met een doel en geld. Hoe geef je vervolgens invulling aan dit doel en hoe vertaal je dat naar je subsidiëring?”