maak de tekst grote groter |
maak de tekst grote kleiner

Nieuws archief

In ziekenhuizen wordt nog steeds elke dag hard gewerkt aan het verbeteren van de kwaliteit, onder meer in het landelijke programma Sneller Beter. Steeds vaker betrekken zij hierbij patiënten, maar dat kan uiteraard nog veel vaker en beter. Zij zijn tenslotte de eindgebruikers van de zorg. Deze patiënten, samen met familie en vrienden, zijn uw ‘marketing spreekbuis’, helpen u bij het onderscheiden van uw ziekenhuis en zijn bovenal uw belangrijkste (potentiële) klanten.
Minister Klink en staatsecretaris Bussemaker kondigen de start aan van het Zorginnovatieplatform (ZIP). In het ZIP gaat VWS samenwerken met veldpartijen, bedrijfsleven, wetenschappers en kennisinstituten om innovaties in de zorg sneller in te voeren. Het ZIP sluit aan op het werk van het Innovatieplatform onder leiding van de minister-president en zal de bevindingen van dat platform verder vormgeven in de zorg. Het innovatiebeleid richt zich specifiek op de veranderende zorgvraag (meer chronische aandoeningen), het vergroten van de arbeidsproductiviteit, en technologie en ICT.
Het Groene Hart Ziekenhuis (GHZ) ontving op 13 februari een keurmerk van de Vereniging Kind en Ziekenhuis, omdat het zowel voor de kinderafdeling als de dagbehandeling het predicaat ‘kindgericht’ heeft gekregen. Aan ziekenhuizen waaraan twee of drie smiley’s zijn toegekend, reikt de vereniging Kind en Ziekenhuis dit keurmerk in de vorm van een vlag, uit. Zo kan het ziekenhuis laten zien dat het kwaliteit biedt bij de zorg voor kind en ouders.
Sinds de stelselwijziging lijkt de ziekenhuiszorg doelmatiger te zijn geworden. Dit is de voorzichtige conclusie uit het rapport Onderzoek marktwerkingsbeleid dat het ministerie van Economische Zaken maandag uitbracht. Het rapport beschrijft de effecten van marktwerkingsbeleid voor elf sectoren, waaronder de curatieve zorg.
De Stichting Ketenkwaliteit COPD werkt aan de oprichting van een Long Alliantie Nederland (LAN), een federatieve vereniging van alle organisaties die zich bezighouden met chronische longaandoeningen. Als eerste taak wacht het vaststellen van een zorgstandaard voor COPD.
Artsen of instellingen hoeven alleen aan het verzoek om een mannelijke of vrouwelijke zorgverlener te voldoen als de patiënt dit tijdig (bij het maken van een afspraak) aangeeft. Komt de patiënt pas tijdens het bezoek aan de instelling met een voorkeur voor een man of vrouw als zorgverlener, dan hoeft aan het verzoek van de patiënt geen gehoor te worden gegeven. In spoedsituaties heeft de patiënt in principe geen keuze en dient de patiënt gebruik te maken van het beschikbare aanbod van artsen. Het recht op vrije artsenkeuze is dus niet onbeperkt.
Mede door de invoering van de marktwerking in de zorg zijn de wachtlijsten voor een behandeling of operatie flink teruggebracht. Zo zag verzekeraarcombinatie Univé-VGZ-IZA-Trias (UVIT) sinds 2005 de wachttijd bij ziekenhuizen dalen van gemiddeld 12,7 naar 9,7 weken voor de planbare, niet-complexe zorg zoals een liesbreuk, een kijk- of staaroperatie of een nieuwe heup. Tegelijk lukt het de wachtlijstbemiddelaars van UVIT om die wachttijd met 7,5 week te verkorten tot slechts 2,2 weken.

De ervaringen van patiënten met de zorg bij borstafwijkingen enreumatoïde artritis, zijn te meten met nieuw ontwikkelde CQ-indexvragenlijsten.

Een CQ-index meet op een gestandaardiseerde manier de kwaliteit van zorg vanuit het perspectief van patiënten. De vragenlijst geeft inzicht in de ervaringen van patiënten met de zorg en in wat zij belangrijk vinden. Want kwaliteit van zorg betekent niet alleen dat de zorg voldoet aan regels en richtlijnen van de overheid of de beroepsgroepen, maar ook dat rekening wordt gehouden met de wensen en verwachtingen van patiënten, cliënten of hun vertegenwoordigers. In alle sectoren van de gezondheidszorg is het belangrijk om de kwaliteit zichtbaar te maken vanuit het perspectief van de cliënt. De CQ-index is hiervoor een geëigend instrument.