Interview met Willem van der Ham, voorzitter van de Orde van Medisch Specialisten
Geplaatst op: 14-05-2008
"De kwaliteit van zorg heeft twee kanten. De zachte kant: hoe ervaart de patiënt de zorg. De CQ-index geeft hiervoor een min of meer geobjectiveerd model. Ik kan me er goed in vinden dat de ‘zachte kwaliteit’ op die manier in beeld wordt gebracht.
En daarnaast heb je de medisch inhoudelijke kwaliteit. Is er een goed product geleverd? Bij de medisch inhoudelijke kwaliteit moeten we met standaarden en output indicatoren werken."
"De kwaliteit van zorg heeft twee kanten. De zachte kant: hoe ervaart de patiënt de zorg. De CQ-index geeft hiervoor een min of meer geobjectiveerd model. Ik kan me er goed in vinden dat de ‘zachte kwaliteit’ op die manier in beeld wordt gebracht.
En daarnaast heb je de medisch inhoudelijke kwaliteit. Is er een goed product geleverd? Bij de medisch inhoudelijke kwaliteit moeten we met standaarden en output indicatoren werken."
Medische specialisten vormen een belangrijk groep aanbieders. Hoe zou de verhouding tussen aanbieders, zorgverzekeraars en patiënten(organisaties) moeten zijn?
Om te beginnen moet een patiënt zijn arts volledig kunnen vertrouwen. Macht moet geen rol spelen in de dokter-patiënt relatie. De dokter moet altijd opkomen voor zijn patiënt. Economische motieven mogen geen rol spelen in een behandeling en de patiënt mag ook nooit het gevoel krijgen dat dat wel zo is. Marktwerking moet vorm krijgen door zorginkoop aan de hand van kwaliteit te laten plaatsvinden. En dan komt de patiënt weer om de hoek kijken, want die moet laten zien dat hij zijn keuzes ook maakt op basis van kwaliteit.
Ook maakt een arts deel uit van het onderhandelteam dat samen met de raad van bestuur van een ziekenhuis aan tafel zit met de zorgverzekeraars. Daar worden afspraken gemaakt over het volume aan zorg dat de zorgverzekeraar afneemt en de vergoeding die daar tegenover staat. De verschillende partijen zitten daar als gelijkwaardige partners aan tafel. Wel ondersteun ik de conclusies van het RVZ rapport dat zorgverzekeraar hun functies als zorginkopers moeten professionaliseren.
Welke voordelen én nadelen ziet u in het samenwerken met patiëntenorganisaties, zoals rond zorgstandaarden, richtlijnontwikkeling, CQ-indexen, etc.?
De kwaliteit van zorg heeft twee kanten. De zachte kant: hoe ervaart de patiënt de zorg, is die tijdig, is die correct, zijn de inlichtingen goed, krijgt ie wat hij verwachtte, is de privacy beschermd, is hij netjes te woord gestaan etc. Hierin moeten patiënten duidelijk aangeven wat zij van de geleverde zorg gevonden hebben. De CQ-index geeft hiervoor een min of meer geobjectiveerd model. Ik kan me er goed in vinden dat de ‘zachte kwaliteit’ op die manier in beeld wordt gebracht.
En daarnaast heb je de medisch inhoudelijke kwaliteit. Is er een goed product geleverd? Heeft de patiënt de goede heup gekregen, aan de juiste kant, zonder complicaties en kan hij nu weer wandelen en is hij van zijn klachten af? Bij de medisch inhoudelijke kwaliteit moeten we met standaarden en output indicatoren werken.
Aan beide kanten moeten we er wel steeds aan blijven werken om de ontwikkelde standaarden en indicatoren steeds te verbeteren en actueel te houden.
Op dit moment is het echter lastig om met patiënten het gesprek aan te gaan. De organisaties waardoor ze vertegenwoordigd worden zijn zo versnipperd en focussen niet direct op het gemeenschappelijke belang, dat er wel degelijk is. Zo kun je gemeenschappelijk bepalen hoe je de stem van de patiënt het beste kunt laten horen en hoe je kwaliteit wilt meten. Als je dat gemeenschappelijk aanpakt heb je meer power en kun je er beter voor zorgen dat ziekenhuizen en dokters zich beter richten op de wensen van de patiënt.
We ervoor waken dat we de verkeerde dingen gaan meten en ons daardoor op de verkeerde zaken richten.
Hoe kijkt u aan tegen het Vaatkeurmerk, waarbij zichtbaar wordt welke vaatartsen voldoen aan een keurmerk voor patiënten, maar dus ook wie daar niet aan voldoen?
Dit is een ontwikkeling die ik met enige zorg volg. Worden de artsen beoordeeld aan de hand van criteria die met de wetenschappelijke verenigingen zijn overeen gekomen? Zijn er duidelijk herkenbare, internationaal erkende criteria? Krijgt iedereen een eerlijke kans om daar kennis van te nemen en er aan mee te doen? Als er aan al deze voorwaarden is voldaan, is het een van de vele methoden die je kunt gebruiken om kwaliteit zichtbaar te maken.
Een andere manier zijn de criteria van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Maar als je die nu bekijkt zijn die boterzacht. Wat mij betreft mag de IGZ wel wat meer druk uitoefenen op ziekenhuizen om hun keiharde cijfers en de juiste informatie bekend te maken. De IGZ moet nu eerst, als ze dit echt belangrijk vinden, deze zaken goed op orde krijgen voordat we verder gaan met de volgende vernieuwing. Als we niet uitkijken gaat het met de zorg dezelfde kant op als het onderwijs. Er zijn zoveel vernieuwingen en zoveel veranderingen dat we nauwelijks de tijd hebben om naar de laatste ontwikkelingen te kijken, voordat we al aan een nieuwe moeten beginnen.
Onlangs is CZ een contract aangegaan met het Erasmus MC als voorkeurs-zorgverlener voor niersteenpatiënten. Hoe kijkt de Orde aan tegen de selectie van ziekenhuizen door verzekeraars voor specifieke behandelingen?
Wat mij betreft is daar niks op tegen. Natuurlijk wil een zorgverzekeraar de beste behandeling tegen de beste prijs aan kunnen bieden. Maar dan moeten wel alle ziekenhuizen weten dat de verzekeraar ermee bezig is en mee kunnen dingen op basis van duidelijke criteria. Je kunt alleen de beste selecteren als anderen mee hebben kunnen doen op gelijke voorwaarden en met gelijke informatie. Anders wordt ‘de beste’ synoniem voor de meest bijdehante. Ook is het mogelijk dat de verzekeraar op niet heldere, inzichtelijke gronden, maar alleen op financiële gronden zijn keuzes maakt. Dat moeten we niet willen. Kwaliteit moet helder zijn en daarop kan ingekocht worden.
Om te beginnen moet een patiënt zijn arts volledig kunnen vertrouwen. Macht moet geen rol spelen in de dokter-patiënt relatie. De dokter moet altijd opkomen voor zijn patiënt. Economische motieven mogen geen rol spelen in een behandeling en de patiënt mag ook nooit het gevoel krijgen dat dat wel zo is. Marktwerking moet vorm krijgen door zorginkoop aan de hand van kwaliteit te laten plaatsvinden. En dan komt de patiënt weer om de hoek kijken, want die moet laten zien dat hij zijn keuzes ook maakt op basis van kwaliteit.
Ook maakt een arts deel uit van het onderhandelteam dat samen met de raad van bestuur van een ziekenhuis aan tafel zit met de zorgverzekeraars. Daar worden afspraken gemaakt over het volume aan zorg dat de zorgverzekeraar afneemt en de vergoeding die daar tegenover staat. De verschillende partijen zitten daar als gelijkwaardige partners aan tafel. Wel ondersteun ik de conclusies van het RVZ rapport dat zorgverzekeraar hun functies als zorginkopers moeten professionaliseren.
Welke voordelen én nadelen ziet u in het samenwerken met patiëntenorganisaties, zoals rond zorgstandaarden, richtlijnontwikkeling, CQ-indexen, etc.?
De kwaliteit van zorg heeft twee kanten. De zachte kant: hoe ervaart de patiënt de zorg, is die tijdig, is die correct, zijn de inlichtingen goed, krijgt ie wat hij verwachtte, is de privacy beschermd, is hij netjes te woord gestaan etc. Hierin moeten patiënten duidelijk aangeven wat zij van de geleverde zorg gevonden hebben. De CQ-index geeft hiervoor een min of meer geobjectiveerd model. Ik kan me er goed in vinden dat de ‘zachte kwaliteit’ op die manier in beeld wordt gebracht.
En daarnaast heb je de medisch inhoudelijke kwaliteit. Is er een goed product geleverd? Heeft de patiënt de goede heup gekregen, aan de juiste kant, zonder complicaties en kan hij nu weer wandelen en is hij van zijn klachten af? Bij de medisch inhoudelijke kwaliteit moeten we met standaarden en output indicatoren werken.
Aan beide kanten moeten we er wel steeds aan blijven werken om de ontwikkelde standaarden en indicatoren steeds te verbeteren en actueel te houden.
Op dit moment is het echter lastig om met patiënten het gesprek aan te gaan. De organisaties waardoor ze vertegenwoordigd worden zijn zo versnipperd en focussen niet direct op het gemeenschappelijke belang, dat er wel degelijk is. Zo kun je gemeenschappelijk bepalen hoe je de stem van de patiënt het beste kunt laten horen en hoe je kwaliteit wilt meten. Als je dat gemeenschappelijk aanpakt heb je meer power en kun je er beter voor zorgen dat ziekenhuizen en dokters zich beter richten op de wensen van de patiënt.
We ervoor waken dat we de verkeerde dingen gaan meten en ons daardoor op de verkeerde zaken richten.
Hoe kijkt u aan tegen het Vaatkeurmerk, waarbij zichtbaar wordt welke vaatartsen voldoen aan een keurmerk voor patiënten, maar dus ook wie daar niet aan voldoen?
Dit is een ontwikkeling die ik met enige zorg volg. Worden de artsen beoordeeld aan de hand van criteria die met de wetenschappelijke verenigingen zijn overeen gekomen? Zijn er duidelijk herkenbare, internationaal erkende criteria? Krijgt iedereen een eerlijke kans om daar kennis van te nemen en er aan mee te doen? Als er aan al deze voorwaarden is voldaan, is het een van de vele methoden die je kunt gebruiken om kwaliteit zichtbaar te maken.
Een andere manier zijn de criteria van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Maar als je die nu bekijkt zijn die boterzacht. Wat mij betreft mag de IGZ wel wat meer druk uitoefenen op ziekenhuizen om hun keiharde cijfers en de juiste informatie bekend te maken. De IGZ moet nu eerst, als ze dit echt belangrijk vinden, deze zaken goed op orde krijgen voordat we verder gaan met de volgende vernieuwing. Als we niet uitkijken gaat het met de zorg dezelfde kant op als het onderwijs. Er zijn zoveel vernieuwingen en zoveel veranderingen dat we nauwelijks de tijd hebben om naar de laatste ontwikkelingen te kijken, voordat we al aan een nieuwe moeten beginnen.
Onlangs is CZ een contract aangegaan met het Erasmus MC als voorkeurs-zorgverlener voor niersteenpatiënten. Hoe kijkt de Orde aan tegen de selectie van ziekenhuizen door verzekeraars voor specifieke behandelingen?
Wat mij betreft is daar niks op tegen. Natuurlijk wil een zorgverzekeraar de beste behandeling tegen de beste prijs aan kunnen bieden. Maar dan moeten wel alle ziekenhuizen weten dat de verzekeraar ermee bezig is en mee kunnen dingen op basis van duidelijke criteria. Je kunt alleen de beste selecteren als anderen mee hebben kunnen doen op gelijke voorwaarden en met gelijke informatie. Anders wordt ‘de beste’ synoniem voor de meest bijdehante. Ook is het mogelijk dat de verzekeraar op niet heldere, inzichtelijke gronden, maar alleen op financiële gronden zijn keuzes maakt. Dat moeten we niet willen. Kwaliteit moet helder zijn en daarop kan ingekocht worden.


Hans Sureveen, programma ontwikkelaar voor PGO support
"Op dit moment doen we deskresearch en vragen we aan de koepels en platforms wat volgens hen aan produkten en diensten in de permanente ondersteuningsstructuur moet worden opgenomen. In november gaan we onze bevindingen in het veld toetsen."
Dick Oudenampsen (Verwey-Jonker instituut) en Helen Kamphuis (Prismant)
“Doel van die monitor is niet in eerste instantie het versterken van de 3e partij-rol, maar met name het afleggen van verantwoording van wat er allemaal in de sector gedaan en bereikt wordt. En het is een belangrijk instrument voor de organisaties om informatie terug te krijgen over hun eigen functioneren in vergelijking met andere organisaties in dezelfde branche.”
Ria Stegehuis, manager Zorgprogramma’s en inkoop van eerstelijnszorg bij Menzis: “Menzis is op zoek naar manieren om haar klanten een rol te geven bij de zorginkoop. Hiervoor lopen verschillende projecten zowel binnen als buiten Menzis waarin we actief participeren.”
Dick Kaasjager, voorzitter begeleidingscommissie ZekereZorg en lid van de programmaraad
"De programmaraad kan in proces-zin veel leren van ZekereZorg. Hoe ga je om met een programma? Je start met een doel en geld. Hoe geef je vervolgens invulling aan dit doel en hoe vertaal je dat naar je subsidiëring?”