maak de tekst grote groter |
maak de tekst grote kleiner

Interviews

Interview met prof. dr. Roland Bal

Prof. dr. Roland Bal
Geplaatst op: 15-04-2008

Prof. dr. Roland Bal, hoogleraar Beleid en bestuur van de gezondheidszorg aan het Erasmus Universitair Medisch Centrum en onderzoeker bij het iBMG (instituut Beleid en Management Gezondheidszorg)

 

"Je ziet nu een golf van fusies bij de verzekeraars en ook bij de aanbieders lijkt het die kant op te gaan. Dat heeft nu nog meer kostenefficiëntie te maken dan met kwaliteit. Met name zorgverzekeraars proberen klanten nu aan zich te binden door zich te profileren als goedkoopste. Het is nu ook aan de consumenten hun keuzes te maken op basis van kwaliteit zodat dat als urgent ervaren wordt door de andere partijen."

Uw oratie gaat over ‘sturing in tijden van marktwerking’ (en is onder het kopje publicaties op deze site te lezen). Kunt u een samenvatting geven van de essentie?
Het is natuurlijk moeilijk samen te vatten, maar de strekking van het betoog is dat het te gemakkelijk is om te denken dat de zorg verbetert door de nadruk op transparantie te leggen. Op onderdelen kan transparantie juist een tegengesteld effect hebben.
Hier zit natuurlijk een gedegen analyse achter. Een mooi voorbeeld hieruit is de procedure Veilig Incident Melden (VIM) in de ziekenhuizen. Het idee erachter is dat professionals van elkaar en elkaars fouten kunnen leren. Daarom moeten ze hun missers en de manier waarop ze hiermee zijn omgegaan aan de collega’s melden en met elkaar analyseren. Uit de analyse komen vervolgens kwaliteitsverbeteringen die ingevoerd kunnen worden. Op een gegeven moment wilde de Telegraaf, zich beroepend op transparantie, van een ziekenhuis weten welke missers er gemeld werden. Door dit soort incidenten willen artsen de missers niet meer melden en gaat de kans verloren om van gemaakte fouten te leren. In een dergelijk geval werkt transparantie de kwaliteit van de zorg dus eerder tegen.
Een dergelijk mechanisme geldt ook voor indicatoren. Indicatoren zijn een goed middel om een onderwerp te agenderen, maar als je er enorme consequenties aan verbindt voor de aansturing van de gezondheidszorg loop je het risico dat ziekenhuizen anders gaan meten of een soort tunnelvisie ontwikkelen waarbij ze zich alleen nog richten op die aandoeningen waar indicatoren voor zijn, omdat ze daar op kunnen ‘scoren’.

In uw oratie maakt u een vergelijking met de telecomsector. Daarin stelt u dat die niet transparant is, maar dat er van marktwerking wel degelijk sprake is. Is die vergelijking door te trekken naar de zorg?
Op dit moment is de nadruk die in de zorg op transparantie wordt gelegd overdreven. Het is wel van belang, maar wordt nu te vaak als een soort ‘magic bullet’ gezien. Verder zie je dat de uitgaven aan telecom enorm gestegen zijn sinds de invoering van de marktwerking. Dat gebeurt in de zorg ook. De kosten per eenheid zijn wel lager, maar er is meer consumptie. Overall stijgen de uitgaven voor de gezondheidszorg dan toch.
Er is echter wel een belangrijk verschil in de gezondheidszorg en dat is de kracht van de betrokken partijen. Hoe verhouden patiënten/consumenten zich tot zorgaanbieders en zorgverzekeraars. En hoe staan die laatste twee partijen in verhouding tot elkaar? Je ziet nu een golf van fusies bij de verzekeraars en ook bij de aanbieders lijkt het die kant op te gaan. Dat heeft nu nog meer kostenefficiëntie te maken dan met kwaliteit. Met name zorgverzekeraars proberen klanten nu aan zich te binden door zich te profileren als goedkoopste. Het is nu ook aan de consumenten hun keuzes te maken op basis van kwaliteit zodat dat als urgent ervaren wordt door de andere partijen.

Op welke punten moet de overheid, in uw optiek, de marktwerking sturen en waar juist niet?

De overheid heeft de grondwettelijk plicht om de gezondheidszorg toegankelijk, bereikbaar, betaalbaar en van goede kwaliteit te houden. Het is de kerntaak van de overheid om hier toezicht op te houden. Verder moet het veld zelf aan het werk! Maar het veld kan dit ook niet alleen: de voorwaarden voor kwaliteitsverbetering en doelmatigheid moeten wel aanwezig zijn.
Tegelijkertijd zie je dat bijvoorbeeld de IGZ nu een actievere rol neemt in bijvoorbeeld het veiligheidsprogramma. Het is wat mij betreft de vraag of dat wel een taak van de inspectie is: je maakt je zo medeverantwoordelijk voor zaken die je zelf moet inspecteren. Dat andere vormen van toezicht wel bij kunnen dragen aan kwaliteit staat echter buiten kijf.
Den Haag zou het veld moeten stimuleren om aan de slag te gaan met kwaliteitsverbetering. Dan kan de overheid zich beperken tot het houden van toezicht op de borging van de grondrechten. Als overheid luisteren naar de praktijk is wel voorwaarde voor liberalisering. Met het opleggen van verantwoordingsregeltjes doe je dit onvoldoende.

Het iBMG gaat binnen het programma ZekereZorg een onderzoek doen naar de positie van de patiënt / consument in een veranderd stelsel. Hoe gaat dat er uit zien?
We kijken naar de huidige situatie; hoe is de stand van zaken en wat zijn activiteiten die spelen op terreinen die overeenkomen met die van ZekereZorg. Daarbij sluiten we nauw aan bij een literatuurstudie die nu ook plaatsvindt.
Er gebeurt op het moment veel op het gebied van patiëntenparticipatie en consumentenmacht. Wij bekijken nu wie wat doet, wat men daarvan leert en of er samenhang is. Is er een grote lijn te ontdekken en is er onderlinge communicatie?
Begin juli moet het rapport klaar zijn.