Interview met prof. dr. Onno van Schayck
Geplaatst op: 29-11-2007
"We kunnen nu echter al wel stellen dat de tijd voorbij is dat de patiënt een willoos slachtoffer in het zorgproces was. We zijn het er wel over eens dat je als betalende klant van de zorg de hoogste kwaliteit moet krijgen en zelf inspraak moet hebben in wat er met je gebeurt."
"We kunnen nu echter al wel stellen dat de tijd voorbij is dat de patiënt een willoos slachtoffer in het zorgproces was. We zijn het er wel over eens dat je als betalende klant van de zorg de hoogste kwaliteit moet krijgen en zelf inspraak moet hebben in wat er met je gebeurt."
Het project ‘Ontwikkeling van kwaliteitscriteria Astma- en COPD-zorg vanuit patiëntenperspectief’ van de samenwerkende Astmapatiënten Verenigingen (SAV) heeft als gewenst resultaat een set kwaliteitscriteria voor COPD-zorg vanuit ervaringsdeskundigheid die wetenschappelijk gefundeerd zijn. Deze kwaliteitscriteria moeten kunnen worden gebruikt als concrete toetsingscriteria voor deze zorg die gebruikt kunnen worden bij zorginkoop door zorgverzekeraars en als uitkomstcriteria bij zorginnovatie en ontwikkeltrajecten. Gezien de beperkte tijd heeft het project zich beperkt tot één categorie patiënten namelijk COPD patiënten.
Wat is uw rol binnen het project?
Voor het project is een klankbordgroep in het leven geroepen. Ik ben door de projectleider gevraagd of ik voorzitter van deze klankbordgroep wilde zijn. De klankbordgroep kreeg de ontwikkelde kwaliteitscriteria voorgelegd zodat zij daar hun reactie op konden geven. De klankbordgroep was samengesteld uit behandelaars, zoals huisartsen, longartsen, diëtisten, verpleegkundigen, fysiotherapeuten etc. oftewel iedereen die vanuit de behandeling bij COPD betrokken is en iemand van het Astma Fonds en een zorgverzekeraar.
Het unieke aan het project is dat de patiënt uitgangspunt was en niet de behandelaars, zoals tot nu toe vaak gebruikelijk is geweest. Deze ‘omgekeerde wereld’ leverde voor de behandelaars de nodige verbazing. Als behandelaar van een ziekte denk je vaak in termen van de medische uitkomsten, maar de patiënten blijken de nadruk te leggen op bejegeningszaken. Zij willen met respect behandeld worden en niet van het kastje naar de muur gestuurd worden. Op zich weet iedere behandelaar dat wel, maar toch wordt er in het dagelijks werk te weinig bij stil gestaan. In die zin was het voor veel leden van de klankbordgroep een verfrissende eye-opener om dit andere perspectief eens aan te nemen. Het was heel leerzaam en heeft het besef dat de klant koning is vergroot.
Hoe verhoudt een wetenschappelijke verantwoording tot de niet-wetenschappelijke patiëntervaring?
Op het eerste gezicht lijkt het misschien tegenstrijdig om patiëntervaringen wetenschappelijk te willen benaderen, maar dat is het zeker niet! Om patiëntervaringen goed in kaart te brengen kun je gebruik maken van wetenschappelijke, kwalitatieve methoden. Hierbij wordt niet gekeken naar het aantal keren dat iets gezegd wordt (de kwantitatieve benadering), maar juist naar wat er gezegd wordt. Hiervoor kun je bijvoorbeeld gebruik maken van focusgroepen. Op die manier spelen de aantallen geen rol, maar de inhoud van wat gezegd wordt. Zonder dus in cijfers te vervallen, kun je dan wel wetenschappelijke onderbouwing van je gegevens aanvoeren en dat maakt je verhaal sterker.
Is de gebruikte methode binnen het project ook voor andere, vergelijkbare projecten in te zetten?
Ik denk dat dat zeker het geval is!
Wij hebben naast het SAV-project een parallel traject lopen bij Picasso (een landelijk programma van het Maastrichtse Onderzoeskinstituut Caphri, Pfizer en Boehringer Ingelheim) waarbij de criteria vanuit de aanbieders opgesteld worden. Aan het eind zou het mooi zijn om beide perspectieven in elkaar te schuiven. Dan krijg je het beeld vanuit zowel de patiënt als de behandelaar en heb je het plaatje compleet. Het is dan duidelijk waar je aan moet voldoen.
Deze manier van werken waarbij criteria vanuit zowel aanbieder als gebruiker opgesteld worden zou, idealiter, overal toegepast moeten worden. Dat vergt natuurlijk wel een andere manier van denken en daar is tijd voor nodig om dat in te bedden. We kunnen nu echter al wel stellen dat de tijd voorbij is dat de patiënt een willoos slachtoffer in het zorgproces was. We zijn het er wel over eens dat je als betalende klant van de zorg de hoogste kwaliteit moet krijgen en zelf inspraak moet hebben in wat er met je gebeurt.
Wat is uw rol binnen het project?
Voor het project is een klankbordgroep in het leven geroepen. Ik ben door de projectleider gevraagd of ik voorzitter van deze klankbordgroep wilde zijn. De klankbordgroep kreeg de ontwikkelde kwaliteitscriteria voorgelegd zodat zij daar hun reactie op konden geven. De klankbordgroep was samengesteld uit behandelaars, zoals huisartsen, longartsen, diëtisten, verpleegkundigen, fysiotherapeuten etc. oftewel iedereen die vanuit de behandeling bij COPD betrokken is en iemand van het Astma Fonds en een zorgverzekeraar.
Het unieke aan het project is dat de patiënt uitgangspunt was en niet de behandelaars, zoals tot nu toe vaak gebruikelijk is geweest. Deze ‘omgekeerde wereld’ leverde voor de behandelaars de nodige verbazing. Als behandelaar van een ziekte denk je vaak in termen van de medische uitkomsten, maar de patiënten blijken de nadruk te leggen op bejegeningszaken. Zij willen met respect behandeld worden en niet van het kastje naar de muur gestuurd worden. Op zich weet iedere behandelaar dat wel, maar toch wordt er in het dagelijks werk te weinig bij stil gestaan. In die zin was het voor veel leden van de klankbordgroep een verfrissende eye-opener om dit andere perspectief eens aan te nemen. Het was heel leerzaam en heeft het besef dat de klant koning is vergroot.
Hoe verhoudt een wetenschappelijke verantwoording tot de niet-wetenschappelijke patiëntervaring?
Op het eerste gezicht lijkt het misschien tegenstrijdig om patiëntervaringen wetenschappelijk te willen benaderen, maar dat is het zeker niet! Om patiëntervaringen goed in kaart te brengen kun je gebruik maken van wetenschappelijke, kwalitatieve methoden. Hierbij wordt niet gekeken naar het aantal keren dat iets gezegd wordt (de kwantitatieve benadering), maar juist naar wat er gezegd wordt. Hiervoor kun je bijvoorbeeld gebruik maken van focusgroepen. Op die manier spelen de aantallen geen rol, maar de inhoud van wat gezegd wordt. Zonder dus in cijfers te vervallen, kun je dan wel wetenschappelijke onderbouwing van je gegevens aanvoeren en dat maakt je verhaal sterker.
Is de gebruikte methode binnen het project ook voor andere, vergelijkbare projecten in te zetten?
Ik denk dat dat zeker het geval is!
Wij hebben naast het SAV-project een parallel traject lopen bij Picasso (een landelijk programma van het Maastrichtse Onderzoeskinstituut Caphri, Pfizer en Boehringer Ingelheim) waarbij de criteria vanuit de aanbieders opgesteld worden. Aan het eind zou het mooi zijn om beide perspectieven in elkaar te schuiven. Dan krijg je het beeld vanuit zowel de patiënt als de behandelaar en heb je het plaatje compleet. Het is dan duidelijk waar je aan moet voldoen.
Deze manier van werken waarbij criteria vanuit zowel aanbieder als gebruiker opgesteld worden zou, idealiter, overal toegepast moeten worden. Dat vergt natuurlijk wel een andere manier van denken en daar is tijd voor nodig om dat in te bedden. We kunnen nu echter al wel stellen dat de tijd voorbij is dat de patiënt een willoos slachtoffer in het zorgproces was. We zijn het er wel over eens dat je als betalende klant van de zorg de hoogste kwaliteit moet krijgen en zelf inspraak moet hebben in wat er met je gebeurt.


Hans Sureveen, programma ontwikkelaar voor PGO support
"Op dit moment doen we deskresearch en vragen we aan de koepels en platforms wat volgens hen aan produkten en diensten in de permanente ondersteuningsstructuur moet worden opgenomen. In november gaan we onze bevindingen in het veld toetsen."
Dick Oudenampsen (Verwey-Jonker instituut) en Helen Kamphuis (Prismant)
“Doel van die monitor is niet in eerste instantie het versterken van de 3e partij-rol, maar met name het afleggen van verantwoording van wat er allemaal in de sector gedaan en bereikt wordt. En het is een belangrijk instrument voor de organisaties om informatie terug te krijgen over hun eigen functioneren in vergelijking met andere organisaties in dezelfde branche.”
Ria Stegehuis, manager Zorgprogramma’s en inkoop van eerstelijnszorg bij Menzis: “Menzis is op zoek naar manieren om haar klanten een rol te geven bij de zorginkoop. Hiervoor lopen verschillende projecten zowel binnen als buiten Menzis waarin we actief participeren.”
Dick Kaasjager, voorzitter begeleidingscommissie ZekereZorg en lid van de programmaraad
"De programmaraad kan in proces-zin veel leren van ZekereZorg. Hoe ga je om met een programma? Je start met een doel en geld. Hoe geef je vervolgens invulling aan dit doel en hoe vertaal je dat naar je subsidiëring?”