Interview met Hans van Rossum
Geplaatst op: 22-10-2007
Hans van Rossum is partner bij RIGO Research en Advies, te Amsterdam, en werkt vooral aan beleidsondersteunende onderzoeken voor departementen en voor uitvoerende organisaties als het Fonds PGO. Hij doet dit werk bij RIGO al vanaf 1986 met veel plezier
Hans van Rossum is partner bij RIGO Research en Advies, te Amsterdam, en werkt vooral aan beleidsondersteunende onderzoeken voor departementen en voor uitvoerende organisaties als het Fonds PGO. Hij doet dit werk bij RIGO al vanaf 1986 met veel plezier
Wat gaat RIGO precies doen in verband met het programma ZekereZorg?
Mijn twee collega’s – Beatrijs Jansen en Annika Janse – en ik zijn bezig om het programma ZekereZorg te volgen en te evalueren. Voor het programma is een bedrag van 7 miljoen euro beschikbaar gesteld met de toezegging dat er een evaluatie plaatsvindt om te zien wat er met het geld is gedaan. Wij hebben van het Fonds PGO de opdracht gekregen om die evaluatie uit te voeren. Om dat te doen is het goed om een objectieve partij in te schakelen zoals het RIGO.
Hoe verhoudt zich dat tot andere ZekereZorg projecten?
De reguliere ZekereZorg projecten benaderen de doelstelling van het programma, het versterken van de marktpositie van de patiënt en consument op de zorgmarkt, direct. RIGO staat in deze op afstand en beschrijft het hele programma. Wij laten alleen zien hoe het programma verlopen is. Deze vorm van verantwoording afleggen is een van de voorwaarden die gesteld worden aan subsidieprogramma’s.
Hoe gaan jullie dat aanpakken?
In de evaluatie kijken we naar het programma als geheel en naar de afzonderlijke projecten. Onze opgave is om vast te stellen wat er dankzij ZekereZorg is bereikt en op welke wijze dat is gedaan. Daarbij gebruiken we eigenlijk alle schriftelijke en mondelinge informatie die er over de werkwijze en de resultaten beschikbaar is. Alleen al de verzamelde projectplannen en voortgangsverslagen zijn omvangrijke boekwerken waar we een flinke kluif aan hebben. Daar komt ook de aanvullende informatie bij, bijvoorbeeld uit interviews met betrokken partijen.
We gaan ongeveer twaalf interviews doen op zowel project- als programmaniveau. Dat betekent dat we met projectleiders en programma-adviseurs in gesprek gaan over wat ze wilden bereiken, wat de resultaten zijn en, voor nog niet afgeronde projecten, wat de verwachtingen zijn.
Alle projecten worden aan de hand van de beschikbare documenten meegenomen in evaluatie. Wie er aanvullend geïnterviewd worden wordt in samenspraak met het programmateam bepaald.
Wat betekent dat voor de projectleiders?
De informatie voor de evaluatie wordt verzameld op twee momenten. Dat is in het vierde kwartaal van 2007 en halverwege 2008. Op beide momenten zijn er interviews met projectleiders. Om praktische redenen is het echter niet mogelijk om alle projectleiders te interviewen. Die interviews zijn niet bedoeld om zaken tussentijds te veranderen of bij te sturen. Dan zouden we twee petten op hebben en ook betrokken zijn bij datgene wat we evalueren Ons werk is om de gang van zaken onbevooroordeeld op papier te krijgen en de problemen en oplossingen uit de eerste hand te vernemen. Te laten zien hoe de dingen gaan zoals ze zijn gegaan.
Wanneer ronden jullie je activiteiten af?
We hebben afgesproken om de evaluatie af te ronden met een verslag van onze bevindingen en dat zal ongeveer in september ’08 klaar zijn.
Mijn twee collega’s – Beatrijs Jansen en Annika Janse – en ik zijn bezig om het programma ZekereZorg te volgen en te evalueren. Voor het programma is een bedrag van 7 miljoen euro beschikbaar gesteld met de toezegging dat er een evaluatie plaatsvindt om te zien wat er met het geld is gedaan. Wij hebben van het Fonds PGO de opdracht gekregen om die evaluatie uit te voeren. Om dat te doen is het goed om een objectieve partij in te schakelen zoals het RIGO.
Hoe verhoudt zich dat tot andere ZekereZorg projecten?
De reguliere ZekereZorg projecten benaderen de doelstelling van het programma, het versterken van de marktpositie van de patiënt en consument op de zorgmarkt, direct. RIGO staat in deze op afstand en beschrijft het hele programma. Wij laten alleen zien hoe het programma verlopen is. Deze vorm van verantwoording afleggen is een van de voorwaarden die gesteld worden aan subsidieprogramma’s.
Hoe gaan jullie dat aanpakken?
In de evaluatie kijken we naar het programma als geheel en naar de afzonderlijke projecten. Onze opgave is om vast te stellen wat er dankzij ZekereZorg is bereikt en op welke wijze dat is gedaan. Daarbij gebruiken we eigenlijk alle schriftelijke en mondelinge informatie die er over de werkwijze en de resultaten beschikbaar is. Alleen al de verzamelde projectplannen en voortgangsverslagen zijn omvangrijke boekwerken waar we een flinke kluif aan hebben. Daar komt ook de aanvullende informatie bij, bijvoorbeeld uit interviews met betrokken partijen.
We gaan ongeveer twaalf interviews doen op zowel project- als programmaniveau. Dat betekent dat we met projectleiders en programma-adviseurs in gesprek gaan over wat ze wilden bereiken, wat de resultaten zijn en, voor nog niet afgeronde projecten, wat de verwachtingen zijn.
Alle projecten worden aan de hand van de beschikbare documenten meegenomen in evaluatie. Wie er aanvullend geïnterviewd worden wordt in samenspraak met het programmateam bepaald.
Wat betekent dat voor de projectleiders?
De informatie voor de evaluatie wordt verzameld op twee momenten. Dat is in het vierde kwartaal van 2007 en halverwege 2008. Op beide momenten zijn er interviews met projectleiders. Om praktische redenen is het echter niet mogelijk om alle projectleiders te interviewen. Die interviews zijn niet bedoeld om zaken tussentijds te veranderen of bij te sturen. Dan zouden we twee petten op hebben en ook betrokken zijn bij datgene wat we evalueren Ons werk is om de gang van zaken onbevooroordeeld op papier te krijgen en de problemen en oplossingen uit de eerste hand te vernemen. Te laten zien hoe de dingen gaan zoals ze zijn gegaan.
Wanneer ronden jullie je activiteiten af?
We hebben afgesproken om de evaluatie af te ronden met een verslag van onze bevindingen en dat zal ongeveer in september ’08 klaar zijn.


Hans Sureveen, programma ontwikkelaar voor PGO support
"Op dit moment doen we deskresearch en vragen we aan de koepels en platforms wat volgens hen aan produkten en diensten in de permanente ondersteuningsstructuur moet worden opgenomen. In november gaan we onze bevindingen in het veld toetsen."
Dick Oudenampsen (Verwey-Jonker instituut) en Helen Kamphuis (Prismant)
“Doel van die monitor is niet in eerste instantie het versterken van de 3e partij-rol, maar met name het afleggen van verantwoording van wat er allemaal in de sector gedaan en bereikt wordt. En het is een belangrijk instrument voor de organisaties om informatie terug te krijgen over hun eigen functioneren in vergelijking met andere organisaties in dezelfde branche.”
Ria Stegehuis, manager Zorgprogramma’s en inkoop van eerstelijnszorg bij Menzis: “Menzis is op zoek naar manieren om haar klanten een rol te geven bij de zorginkoop. Hiervoor lopen verschillende projecten zowel binnen als buiten Menzis waarin we actief participeren.”
Dick Kaasjager, voorzitter begeleidingscommissie ZekereZorg en lid van de programmaraad
"De programmaraad kan in proces-zin veel leren van ZekereZorg. Hoe ga je om met een programma? Je start met een doel en geld. Hoe geef je vervolgens invulling aan dit doel en hoe vertaal je dat naar je subsidiëring?”