Interview met Dick Oudenampsen (Verwey-Jonker instituut) en Helen Kamphuis (Prismant)
Geplaatst op: 21-07-2008
Sinds 2005 komt jaarlijks het ‘brancherapport patiënten/consumentenbeweging’ uit. De opdrachtgever voor het rapport is Fonds PGO en de NPCF geeft het uit, mede namens de CSO en de CG-raad. De dataverzameling en –analyse wordt door de onafhankelijke onderzoeksinstituten Verwey-Jonker en Prismant gedaan.
Sinds 2005 komt jaarlijks het ‘brancherapport patiënten/consumentenbeweging’ uit. De opdrachtgever voor het rapport is Fonds PGO en de NPCF geeft het uit, mede namens de CSO en de CG-raad. De dataverzameling en –analyse wordt door de onafhankelijke onderzoeksinstituten Verwey-Jonker en Prismant gedaan.
In de introductie van het rapport over 2007 staat de volgende passage: “Patiënten- en consumentenorganisaties nemen in de Nederlandse gezondheidszorg een unieke positie in. In een toenemend concurrerende markt van zorg- en welzijnsdiensten wint de positie van de individuele patiënt aan gewicht. Om deze positie te verbeteren en te verstevigen zijn patiënten- en consumentenorganisaties een belangrijke spil. Vooral als het gaat om de belangen van de groeiende groep chronisch zieken in Nederland.” Reden genoeg om in gesprek te gaan met de opstellers van het rapport, Dick Oudenampsen van het Verwey-Jonker instituut en Helen Kamphuis van Prismant.
Vergelijken
“Het brancherapport geeft een beeld van wat er is” steekt Oudenampsen van wal “Met het rapport laat je als patiëntenbeweging zien wie je bent, waar je staat en wat je doet.” Kamphuis vult aan dat dit beeld ontstaat uit de informatie die de organisaties zelf aanleveren via de monitor. “Doel van die monitor is niet in eerste instantie het versterken van de 3e partij-rol, maar met name het afleggen van verantwoording van wat er allemaal in de sector gedaan en bereikt wordt. En het is een belangrijk instrument voor de organisaties om informatie terug te krijgen over hun eigen functioneren in vergelijking met andere organisaties in dezelfde branche.” Doordat deze informatie beschikbaar komt zie je dat veel organisaties wel een professionaliseringsslag maken. Wat weer bijdraagt aan het vervullen van de rol van 3e marktpartij op de zorgmarkt. Indirect draagt het brancherapport dus wel degelijk bij aan de doelstellingen van ZekereZorg.
Stuurgroep
Op dit moment wordt er, nog, niet gericht gemonitord op de invloed die patiëntenorganisaties hebben op de zorginkoop van verzekeraars. Wel wordt er gevraagd naar contacten met verzekeraars. Mogelijk dat de effecten van deze contacten in de toekomst wel in de monitor opgenomen wordt. Of dat gebeurt is afhankelijk van de stuurgroep, die bepaalt waar op gemonitord wordt. In samenwerking met Verwey-Jonker en Prismant bepaalt de stuurgroep hoe het instrument van de monitor er uit ziet. “De stuurgroep bestaat uit afgevaardigden van patiëntenorganisaties. Inmiddels is deze groep aan het uitbreiden met vertegenwoordigers van zorgbelang-organisaties, Per Saldo, cliëntenraden, gehandicaptenraden en, in de toekomst, de ouderenbonden” vertelt Kamphuis.
Dynamische ontwikkeling
Op dit moment bestaat de monitor uit rapportages over de patiënten- en gehandicaptenorganisaties, de zorgbelang organisaties en Per Saldo. “Per Saldo hebben we als aparte categorie opgenomen, omdat het een organisatie is met een bijzondere doelgroep die niet in de andere categorieën past” legt Oudenampsen uit. De monitor is echter een dynamisch instrument en er wordt op het moment gesproken over het toevoegen van de ouderenbonden en het maken van onderscheid tussen organisaties die zich puur richten op een aandoening en organisaties die een meer levensbreed takenpakket hebben. Alles bij elkaar is het best lastig om de monitor overzichtelijk te houden in een veld dat zo divers en complex is.
Het is de bedoeling dat in de toekomst de monitor niet alleen een vergelijking binnen een jaar geeft, maar dat het mogelijk wordt om tussen de verschillende jaren te vergelijken.
Deelnemers
Oudenampsen vertelt: “We zijn in 2005 begonnen met een pilot van de monitor. In het begin kom je aanloopproblemen tegen. Het veld was het bijvoorbeeld helemaal niet gewend om gegevens te registreren. Dat heeft gevolgen voor de betrouwbaarheid van de aangeleverde gegevens. Dit blijft trouwens een aandachtspunt. Maar ook het feit dat veel van het werk door vrijwilligers gedaan wordt heeft consequenties voor de manier waarop gegevens geregistreerd worden.”
Het initiatief van de monitor is vanuit het veld in samenwerking met Fonds PGO gekomen. Er is vanuit het veld een grote bereidheid om mee te werken aan de Monitor. Namen in 2005 nog maar 19 organisaties deel aan de pilot, in 2006 waren er al 106 deelnemers en in 2007 rapporteerden er 170 patiëntenorganisaties. En dan hebben we het nog niet over de zorgbelangorganisaties en Per Saldo.
“Organisaties namen deel op basis van vrijwilligheid, maar er is wel een vergoeding voor de uren die het kost om de vragenlijst in te vullen. Sinds 2006 is deelname aan de monitor een voorwaarde voor het krijgen van een subsidie van Fonds PGO” aldus Kamphuis.
Trends
“Door hun ontstaansgeschiedenis zijn patiëntenorganisaties vaak erg intern gericht. Dat is heel logisch, maar in het huidige perspectief van de zorgmarkt is het ook van belang om de gezamenlijkheid te zoeken en de krachten te bundelen. Door deelname aan de monitor treden de organisaties meer naar buiten en zetten ze, door het delen van hun gegevens, de eerste stappen in samenwerking en professionalisering” zo beschrijft Oudenampsen de trend.
Dit zie je op verschillende manieren terug. Zo wordt er toenadering gezocht tussen de regionale en de categorale organisaties. Een belangrijke oorzaak hiervoor is de invoering van de WMO (wet maatschappelijke ondersteuning) geweest, geeft Kamphuis aan.
Op verschillende niveaus zie je ook steeds meer koepelvorming optreden. De koepels kunnen gemeenschappelijke belangen behartigen terwijl de individuele organisaties hun identiteit behouden. Er bestaat een behoefte om van elkaar te leren en kennis te delen. Om deze trend door te zetten moet kennisdeling in de toekomst wel gefaciliteerd worden.
Tenslotte zie je dat gemeenten steeds meer zorgtaken krijgen. Kamphuis legt uit wat de voor de sector betekent: “De categorale organisaties krijgen meer behoefte aan lokale en regionale informatie, omdat ze ook op gemeentelijk niveau de belangen van hun achterban willen behartigen. Om hier invulling aan te geven moet de aansluiting tussen categorale en regionale organisaties verbeteren. Hier ligt de uitdaging voor de komende jaren. Hoe bereik je verbinding tussen de verschillende partijen en maak je optimaal gebruik van elkaars specifieke en algemene expertise.”
Vergelijken
“Het brancherapport geeft een beeld van wat er is” steekt Oudenampsen van wal “Met het rapport laat je als patiëntenbeweging zien wie je bent, waar je staat en wat je doet.” Kamphuis vult aan dat dit beeld ontstaat uit de informatie die de organisaties zelf aanleveren via de monitor. “Doel van die monitor is niet in eerste instantie het versterken van de 3e partij-rol, maar met name het afleggen van verantwoording van wat er allemaal in de sector gedaan en bereikt wordt. En het is een belangrijk instrument voor de organisaties om informatie terug te krijgen over hun eigen functioneren in vergelijking met andere organisaties in dezelfde branche.” Doordat deze informatie beschikbaar komt zie je dat veel organisaties wel een professionaliseringsslag maken. Wat weer bijdraagt aan het vervullen van de rol van 3e marktpartij op de zorgmarkt. Indirect draagt het brancherapport dus wel degelijk bij aan de doelstellingen van ZekereZorg.
Stuurgroep
Op dit moment wordt er, nog, niet gericht gemonitord op de invloed die patiëntenorganisaties hebben op de zorginkoop van verzekeraars. Wel wordt er gevraagd naar contacten met verzekeraars. Mogelijk dat de effecten van deze contacten in de toekomst wel in de monitor opgenomen wordt. Of dat gebeurt is afhankelijk van de stuurgroep, die bepaalt waar op gemonitord wordt. In samenwerking met Verwey-Jonker en Prismant bepaalt de stuurgroep hoe het instrument van de monitor er uit ziet. “De stuurgroep bestaat uit afgevaardigden van patiëntenorganisaties. Inmiddels is deze groep aan het uitbreiden met vertegenwoordigers van zorgbelang-organisaties, Per Saldo, cliëntenraden, gehandicaptenraden en, in de toekomst, de ouderenbonden” vertelt Kamphuis.
Dynamische ontwikkeling
Op dit moment bestaat de monitor uit rapportages over de patiënten- en gehandicaptenorganisaties, de zorgbelang organisaties en Per Saldo. “Per Saldo hebben we als aparte categorie opgenomen, omdat het een organisatie is met een bijzondere doelgroep die niet in de andere categorieën past” legt Oudenampsen uit. De monitor is echter een dynamisch instrument en er wordt op het moment gesproken over het toevoegen van de ouderenbonden en het maken van onderscheid tussen organisaties die zich puur richten op een aandoening en organisaties die een meer levensbreed takenpakket hebben. Alles bij elkaar is het best lastig om de monitor overzichtelijk te houden in een veld dat zo divers en complex is.
Het is de bedoeling dat in de toekomst de monitor niet alleen een vergelijking binnen een jaar geeft, maar dat het mogelijk wordt om tussen de verschillende jaren te vergelijken.
Deelnemers
Oudenampsen vertelt: “We zijn in 2005 begonnen met een pilot van de monitor. In het begin kom je aanloopproblemen tegen. Het veld was het bijvoorbeeld helemaal niet gewend om gegevens te registreren. Dat heeft gevolgen voor de betrouwbaarheid van de aangeleverde gegevens. Dit blijft trouwens een aandachtspunt. Maar ook het feit dat veel van het werk door vrijwilligers gedaan wordt heeft consequenties voor de manier waarop gegevens geregistreerd worden.”
Het initiatief van de monitor is vanuit het veld in samenwerking met Fonds PGO gekomen. Er is vanuit het veld een grote bereidheid om mee te werken aan de Monitor. Namen in 2005 nog maar 19 organisaties deel aan de pilot, in 2006 waren er al 106 deelnemers en in 2007 rapporteerden er 170 patiëntenorganisaties. En dan hebben we het nog niet over de zorgbelangorganisaties en Per Saldo.
“Organisaties namen deel op basis van vrijwilligheid, maar er is wel een vergoeding voor de uren die het kost om de vragenlijst in te vullen. Sinds 2006 is deelname aan de monitor een voorwaarde voor het krijgen van een subsidie van Fonds PGO” aldus Kamphuis.
Trends
“Door hun ontstaansgeschiedenis zijn patiëntenorganisaties vaak erg intern gericht. Dat is heel logisch, maar in het huidige perspectief van de zorgmarkt is het ook van belang om de gezamenlijkheid te zoeken en de krachten te bundelen. Door deelname aan de monitor treden de organisaties meer naar buiten en zetten ze, door het delen van hun gegevens, de eerste stappen in samenwerking en professionalisering” zo beschrijft Oudenampsen de trend.
Dit zie je op verschillende manieren terug. Zo wordt er toenadering gezocht tussen de regionale en de categorale organisaties. Een belangrijke oorzaak hiervoor is de invoering van de WMO (wet maatschappelijke ondersteuning) geweest, geeft Kamphuis aan.
Op verschillende niveaus zie je ook steeds meer koepelvorming optreden. De koepels kunnen gemeenschappelijke belangen behartigen terwijl de individuele organisaties hun identiteit behouden. Er bestaat een behoefte om van elkaar te leren en kennis te delen. Om deze trend door te zetten moet kennisdeling in de toekomst wel gefaciliteerd worden.
Tenslotte zie je dat gemeenten steeds meer zorgtaken krijgen. Kamphuis legt uit wat de voor de sector betekent: “De categorale organisaties krijgen meer behoefte aan lokale en regionale informatie, omdat ze ook op gemeentelijk niveau de belangen van hun achterban willen behartigen. Om hier invulling aan te geven moet de aansluiting tussen categorale en regionale organisaties verbeteren. Hier ligt de uitdaging voor de komende jaren. Hoe bereik je verbinding tussen de verschillende partijen en maak je optimaal gebruik van elkaars specifieke en algemene expertise.”


Hans Sureveen, programma ontwikkelaar voor PGO support
"Op dit moment doen we deskresearch en vragen we aan de koepels en platforms wat volgens hen aan produkten en diensten in de permanente ondersteuningsstructuur moet worden opgenomen. In november gaan we onze bevindingen in het veld toetsen."
Dick Oudenampsen (Verwey-Jonker instituut) en Helen Kamphuis (Prismant)
“Doel van die monitor is niet in eerste instantie het versterken van de 3e partij-rol, maar met name het afleggen van verantwoording van wat er allemaal in de sector gedaan en bereikt wordt. En het is een belangrijk instrument voor de organisaties om informatie terug te krijgen over hun eigen functioneren in vergelijking met andere organisaties in dezelfde branche.”
Ria Stegehuis, manager Zorgprogramma’s en inkoop van eerstelijnszorg bij Menzis: “Menzis is op zoek naar manieren om haar klanten een rol te geven bij de zorginkoop. Hiervoor lopen verschillende projecten zowel binnen als buiten Menzis waarin we actief participeren.”
Dick Kaasjager, voorzitter begeleidingscommissie ZekereZorg en lid van de programmaraad
"De programmaraad kan in proces-zin veel leren van ZekereZorg. Hoe ga je om met een programma? Je start met een doel en geld. Hoe geef je vervolgens invulling aan dit doel en hoe vertaal je dat naar je subsidiëring?”