maak de tekst grote groter |
maak de tekst grote kleiner

Interviews

Interview met Dick Kaasjager, voorzitter van de begeleidingscommissie ZekereZorg

Dick Kaasjager
Geplaatst op: 29-02-2008
"Om te zorgen dat de patiënt en zijn behoefte echt centraal komen te staan, hebben patiënten, al dan niet in georganiseerd verband, ook hun verantwoordelijkheid. Patiënten moeten mondig zijn en hun rol opeisen."
Interview met Dick Kaasjager, voorzitter van de begeleidingscommissie ZekereZorg

Op woensdag 6 februari ontmoette de begeleidingscommissie van het ZekereZorg programma de projectleiders van de ZekereZorg projecten. In een informele sfeer werd gesproken over de voortgang, resultaten en toekomst van de projecten en de uitkomsten van het programma als geheel.

Wie heeft het initiatief genomen voor deze dag?
Vanuit de begeleidingscommissie was er behoefte aan een dergelijke dag. Wij hebben dit aan het programmateam voorgelegd dat het vervolgens georganiseerd heeft.
Als begeleidingscommissie hebben wij de taak om de voortgang te bewaken. Dat doen wij natuurlijk ook aan de hand van de schriftelijke rapportages die we krijgen, maar door deze gesprekken krijg je toch een beter beeld. Daarbij kun je op deze manier nog wat doorvragen, wat bij een rapportage minder makkelijk is.
Daarnaast zitten we in een belangrijke fase van het programma en de lopende projecten. We moeten een beeld krijgen van de resultaten van de afzonderlijke projecten en bezien hoe we die kunnen bundelen tot een nuttig output van het programma als geheel.

Hoe heb je de dag ervaren? Voldeed ze aan je verwachtingen?
Ik vond het een buitengewoon leuke dag. We hebben een goede indruk gekregen van de stand van zaken.
In de gesprekken hebben we gevraagd naar hoe het project verloopt, wat er nog nodig is voor het beste resultaat, hoe de resultaten bijdragen aan de totale output van het programma en hoe de resultaten geborgd kunnen worden. In sommige gevallen kwamen daar heel concrete, nuttige tips uit.

Zijn er opvallende voorbeelden die misschien voor andere organisaties interessant zijn?
Een leuk voorbeeld is de organisatie die de ontwikkeling van kwaliteitscriteria op verschillende manieren benaderd heeft. Enerzijds hebben ze voor aandoeningen waarbij mensen wat te kiezen hebben een keurmerk ontwikkeld, zodat patiënten een weloverwogen keuze kunnen maken. Maar er zijn ook aandoeningen waarbij mensen niet zo veel keuze hebben, omdat ze bijvoorbeeld van hulpmiddelen afhankelijk of minder begaafd zijn of omdat er sprake is van een acute situatie. Voor die aandoening heeft dezelfde organisatie criteria ontwikkeld waar alle ziekenhuizen aan moeten voldoen. Gedurende het proces zijn ze steeds in contact geweest met de aanbieders en hun producten zijn door deze groep dan ook enthousiast ontvangen.
Maar niet alleen de successen zijn ter sprake gekomen; ook zaken waar de projectleiders tegenaan gelopen zijn in de uitvoering van de projecten zijn besproken. Zo blijkt het bijvoorbeeld lastig te zijn om bij zowel aanbieders als verzekeraars op beslissersniveau aan tafel te komen. Op de werkvloer is iedereen enthousiast, maar bij de Raad van Bestuur van een ziekenhuis hebben ze geen zin om met iedere patiëntenvereniging afzonderlijk te praten.
Met dit voorbeeld wordt de vinger op de zere plek van de patiëntenbeweging gelegd. Er is een grote versnippering in het veld doordat er zoveel verschillende aandoeningen zijn die ieder vertegenwoordigd worden door hun eigen organisatie. Enerzijds is het natuurlijk volledig legitiem dat je je op aandoening groepeert, maar dat maakt het voor aanbieders of verzekeraars nauwelijks behapbaar om met iedereen te spreken. We denken samen met de projecten na over hoe je de patiënteninbreng zo handig mogelijk kunt organiseren.

Zijn er al grote lijnen te noemen die uit door het programma helder worden?

Het denken in termen van ‘marktpartij’ is in de wereld van de patiëntenorganisaties nog niet ingeburgerd. En dat komt weer omdat ‘de patiënt’ niet bestaat. We moeten een manier vinden om ons te binden op de gemeenschappelijke noemers. Zo gaan we in de laatste fase van het programma, waarin we nu zitten, de resultaten bundelen en een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van een kennisinfrastructuur. Als begeleidingscommissie vinden we het belangrijk dat de resultaten van het programma op deze manier een plek krijgen en dat er op voortgeborduurd kan worden.
Verder zie je dat er op verschillende punten stappen gezet zijn binnen het programma. Alles bij elkaar betekent dat toch al een bijdrage aan het versterken van de marktpositie van de patiënt.
Nu moeten we het gezamenlijk besef ontwikkelen dat er voor grote resultaten meer tijd nodig is. Ook zal daar nog de nodige begeleiding aan het veld in moeten plaatsvinden. Als de politiek de inbreng van patiënten echt belangrijk vindt, dan moet men zich realiseren dat een dergelijke inbreng ook gefaciliteerd moet blijven worden. De politieke wil om er wat van de maken is de eerste stap. De financiering moet daar vervolgens uit voortvloeien.
Om te zorgen dat de patiënt en zijn behoefte echt centraal komen te staan, hebben patiënten, al dan niet in georganiseerd verband, ook hun verantwoordelijkheid. Patiënten moeten mondig zijn en hun rol opeisen.