maak de tekst grote groter |
maak de tekst grote kleiner

Interviews

Interview met Annemiek Goris, directeur STG / HMF

Annemieke Goris
Geplaatst op: 27-02-2007
Patiëntenorganisaties moeten zich er bewust van zijn dat de andere partijen, verzekeraars, aanbieders en industrie hen als hun eigen bondgenoten zien. Voordeel hiervan is dat ze openstaan voor strategische partnerschappen. Er zit alleen een addertje onder het gras en dat is dat de eigenstandige positie die de patiëntenorganisaties hebben door de andere partijen uitgelegd kan worden als wispelturigheid.
STG/HMF, wat voor organisatie is dat eigenlijk?
Voluit is het de Stichting Toekomstverkenning Gezondheidszorg/Health Management Forum. Waarbij STG de stichting is die zich bezig houdt met de toekomst van de gezondheidszorg en de strategie en visieontwikkeling om die toekomst te verwezenlijken. Daaraan gekoppeld is HMF het netwerk dat met elkaar debatteert over belangrijke ontwikkelingen in het licht van de gezondheidszorg van overmorgen. In het netwerk zijn organisaties van diverse pluimage vertegenwoordigd. De deelnemers hebben een verantwoordelijke positie bij een instelling voor gezondheidszorg, een patiënten-consumentenorganisatie, een verzekeringsmaatschappij, een beroeps- of brancheorganisatie, de overheid, een bedrijf of dienstverlenende instelling.
Met elkaar kijken we steeds naar de middellange termijn/ lange termijn en bepalen aan de hand van meerdere plausibele toekomstbeelden wat er dan nu moet gebeuren om straks bij wenselijke toekomstbeelden uit te komen. Er nemen zo’n 120 organisaties deel en die bepalen met elkaar de agenda. In de praktijk betekent dit dat de HMF adviesraad aan de hand van trends tien onderwerpen selecteert die voorgelegd worden aan de deelnemers. Die kunnen op hun beurt stemmen en eigen aanvullingen voor de agenda leveren. De onderwerpen worden op strategisch niveau besproken. We hebben vier plenaire bijeenkomsten per jaar.
Op de bijeenkomst in februari 2006 stond de toekomst van de patiëntenorganisaties op de agenda. Daarbij ging het debat onder meer over structurele financiering. De NVZ merkte toen, heel terecht, op dat om daarover te kunnen praten er wel eerst een gedeelde visie op wat rollen en functies van patiëntenorganisaties zijn, moest zijn. Dat is aanleiding geweest voor het project “Positionering patiëntenorganisaties als marktpartij”.

Wat houdt het project “Positionering patiëntenorganisaties als marktpartij”, in het kort, in?
Doel van het project is dus het ontwikkelen van een gedeelde visie op de positie van de patiëntenorganisaties als marktpartij. Dit in een samenwerking tussen alle partijen. Dat betekent dat patiëntenorganisaties, verzekeraars, aanbieders, overheid en industrie met elkaar in gesprek gaan over het onderwerp. Er wordt gekeken naar wat al goed gaat in de nieuwe rol als marktpartij en welke stappen nog gezet moeten worden voordat patiëntenorganisaties volwaardige marktpartij zullen zijn. Centraal staat de strategische vraag hoe de patiëntenbeweging haar rol binnen de driehoek financier-aanbieder-consument kan vervullen.

Hoe pak je dat aan?
We zijn, als STG/HMF, in december 2006 begonnen met een interviewronde. Daarin hebben we met allerhande betrokken partijen gesproken en gevraagd hoe zij denken over de positionering van de patiëntenorganisaties als marktpartij. Hoe is het nu? Wat moet het worden? En wat is ervoor nodig om daar uit te komen?
In februari 2007 hebben we de eerste werkconferentie in een reeks van vier gehad. De bijeenkomsten zijn erg intensief. We gebruiken een strakke methodiek die deelnemers actief met elkaar aan de slag laat gaan en die ieders verantwoordelijkheid om (mede) sturing te geven aan het proces van het ontwikkelen van een met andere partijen gedeelde visie steeds weer aanspreekt. Het is echt werken en vanuit verschillende visies confereren dus!
Bij de eerste bijeenkomst waren 15 patiëntenorganisaties aanwezig die bij alle vier de bijeenkomsten zullen zijn. De bijeenkomst was een belangrijk startpunt. De patiëntenorganisaties hebben toen goed zicht gekregen op elkaars activiteiten in de nieuwe rol als marktpartij bij zorginkoop en vervolgens nagedacht over diversiteit, complementariteit en bundeling. Ook is natuurlijk stilgestaan bij de agenda voor de volgende bijeenkomsten. Zo hebben ze een voorsprong opgebouwd op de andere deelnemers; ze kennen elkaar al beter, ze hebben hun weg al gevonden in de methodiek en scherper op een rij wat men wil bereiken etc.
In de tweede bijeenkomst spraken dezelfde patiëntenorganisaties met de zorgaanbieders. In maart spreken zij met de verzekeraars en tenslotte komen in de laatste bijeenkomst de overheid en industrie aan bod.
Het hele proces is vastgelegd in een ‘living document’ dat met iedere stap van het project groeit. Eindresultaat van het project is een ‘volgroeid’ document dat op de plenaire bijeenkomst van HMF op 6 juni gedeeld wordt. Het is de bedoeling dat er door de verschillende partijen werkafspraken zullen worden gemaakt over de stappen op weg naar patiëntenorganisaties als volwaardige marktpartij. Daar zullen ook alle deelnemende organisaties bij aanwezig zijn.

Hoe wordt het eindresultaat gedeeld?
De bijeenkomst is met het hele HMF netwerk, dus dat betekent al dat we bredere bekendheid geven aan de resultaten van dit project. Maar we willen ook buiten het HMF netwerk publiciteit. Hierover zijn we nog aan het denken, maar het lijkt logisch dat patiëntenorganisaties hun eigen communicatiemiddelen hiervoor ook in zullen zetten. Dat past immers bij het uitgangspunt van zelf verantwoordelijkheid nemen voor het proces en de uitkomsten ervan. Uiteraard gebruiken we ook het eigen HMF-tijdschrift.

Welke patiëntenorganisaties nemen deel aan het project?
Een mix van cliëntenraden, provinciale zorgbelangen, grote en kleine categoriale organisaties en nationale koepels/spelers. Op alfabetische volgorde zijn het de Astmavereniging, Bloedlink, Consumentenbond, Cliëntenraad Academische Ziekenhuizen, Crohn en Ulceritusvereniging, DVN, Hoofdpijnpatiëntenvereniging, Huis van de Zorg Limburg, Netwerk Cliëntenraden Zorginstellingen, Nierpatiëntenvereniging, NPCF, Reumapatiëntenbond, Zorgbelang Groningen, Zorgbelang Nederland en Zorgbelang West Brabant.

Hoe verhoudt jullie project zich tot het programma ZekereZorg?
Het project wordt gefinancierd door de deelnemende organisaties, eigen middelen van STG/ HMF, RVVZ, Nefarma en Fonds PGO. De bijdrage van het Fonds komt niet uit het programma ZekereZorg, maar uit het innovatie budget. Omdat het onderwerp zo sterk verbonden is met het ZekereZorg onderhoud ik nauw contact met het programmateam. We moeten natuurlijk niet langs elkaar heenwerken, maar juist zorgen voor kruisbestuiving en kennisdeling met elkaar. Daarom hebben we met elkaar afgesproken dat we gaande het project steeds kijken hoe we de lijnen bij elkaar kunnen brengen. We hebben een gemeenschappelijk belang om de lopende projecten zoveel mogelijk ook van en met elkaar te laten leren.

Welke aanbevelingen heb je voor patiëntenorganisaties als het gaat om de versterking van hun marktpositie in het zorgstelsel?
Koester je helden! Erken diversiteit, maar zorg er wel voor dat er complementair in een bepaalde richting doorgebouwd wordt. Degene die daarin vooroplopen zijn de helden die je moet loven.
Verder moeten patiëntenorganisaties zich er bewust van zijn dat de andere partijen, verzekeraars, aanbieders en industrie hen als hun eigen bondgenoten zien. Voordeel hiervan is dat ze openstaan voor strategische partnerschappen. Er zit alleen een addertje onder het gras en dat is dat de eigenstandige positie die de patiëntenorganisaties hebben door de andere partijen uitgelegd kan worden als wispelturigheid. In het ene geval zal een patiëntenorganisatie een medestander zijn en in een ander geval komen ze tegenover elkaar te staan. Patiëntenorganisaties en andere partijen moeten zich realiseren dat er tegengestelde belangen zijn en dat daar ook ruimte voor moet zijn, naast het samenwerken op gedeelde belangen. In de praktijk zal dit steeds meer een issue worden.
Tenslotte moeten patiëntenorganisaties gaan bepalen welk belang ze hechten aan bundeling en de financiering daarvan. Patiëntenorganisaties zijn aan het pionieren en experimenteren. Dat is goed, maar men moet zich wel realiseren dat het ‘spel’ al begonnen is en ook van de patiëntenbeweging verwacht wordt dat ze serieus hun plek innemen. En dat betekent verantwoordelijkheid nemen en ook krachten bundelen.